dinsdag 28 oktober 2014

"Home"

Mijn 21-jarige neefje kwam laatst eten. Hij schoof aan tafel met zijn vriendin die ik nog niet had ontmoet. Een tweedejaars studente geneeskunde die gedreven kon vertellen over haar jaar reizen en vol passie vertelde over haar keuze voor haar studie. Mijn zoontje (10) had zich enorm verheugd op dit etentje want hij is dol op zijn grote neef. Hij haalde alles uit de kast en voor ik er erg in had vlogen de pijltjes van zijn Nerfverzameling ons om de oren en stonden de neven elkaar te beschieten. 

Toen het gevecht ten einde was kwamen de favoriete boeken van mijn kleine man op tafel. Eerst een atlas, daarna een boek over stuntvliegen. In dit laatste boek stond in het begin een foto van een meisje aan wie het boek was opgedragen. Ze was maar tien jaar geworden. Naast de foto van haar gezicht stond een grote foto van een kralenketting. Al snel bleek dat de kralen voor ziektebehandelingen stonden. Mijn zoontje vertelde dat zijn neefje (aan papa’s kant) ook een soortgelijke ketting had en sommige kralen werden ook herkend. We bekeken minutenlang met z’n vieren de ketting. En de vriendin van mijn neefje vertelde wat ze voor haar studie al had meegemaakt op een afdeling met ongeneeslijk zieke mensen.

 De dag erna moest ik er nog aan denken. De kwetsbaarheid van kinderen, zo jong en al zo ziek. Mijn gedachten dwaalden af naar de kinderzitting die ik vlak voor het weekend deed. Ook daar trof ik kwetsbare kinderen. Er was er een die extra indruk maakte. Een zeventienjarige jongen, met al een fors strafblad, werd verdacht van heling van een scooter. Hij kwam ook in aanmerking om vanwege oude feiten nu 6 weken in een jeugdgevangenis te gaan zitten. Zijn korte levensgeschiedenis deed de rillingen over mijn rug lopen. Zijn vader was al jaren uit beeld, had lang in het buitenland in de gevangenis gezeten. En ook op zijn moeder had hij tot op heden niet veel kunnen rekenen.  Ook zij had tot drie keer toe lange tijd doorgebracht in een gevangeniscel. De jongen had door deze samenloop van omstandigheden een hechtingsstoornis waardoor hij een gebrek had aan vertrouwen in volwassenen. Hij had zelf in diverse jeugdzorginstellingen gezeten. En in die fase was zijn moeder op vrije voeten geweest maar had het contact met haar zoon afgehouden en geweigerd hem te bezoeken. De jongen had ook zusjes en broers. De kinderen waren er intussen samen uit dat ze wel loyaal waren aan hun moeder maar eigenlijk niets aan haar hadden. En dat ze op elkaar aangewezen waren. Thuis was voor deze jongen intussen het huis van zijn 21-jarige zusje en haar twee kinderen van 4 en 5. Zus was samen met moeder ook op zitting. Ze was blij dat zowel de rechter als ik oog had voor hun achtergrond. Ze gaf aan dat moeder nu ook bij haar woonde maar niet stabiel was. Het meisje was moeder voor haar eigen kinderen, voor haar broertje en voor haar eigen moeder.  Ze probeerde voor iedereen een thuis te creëren.

En ook bij de andere kinderen op zitting viel me in hun levensverhaal steeds op dat ouders geen contact meer met elkaar hadden. Scheidingen zijn tegenwoordig niet apart meer en er groeien steeds meer kinderen op in een eenoudergezin. Zo woonde in 2013 in Amsterdam 27 procent van de kinderen tot 18 jaar in een eenoudergezin. (Bron: Jeugdmonitor CBS). Maar ik verbaasde me over het feit dat ouders dan geen contact meer hebben. Wel bij elkaar in de buurt wonen, kind dat bij beiden over de vloer komt, maar blijkbaar niet meer de kracht, moed of volwassenheid om samen enig overleg te hebben over hun tiener. Waar moet een kind zich dan thuis voelen?

Aan mijn eettafel was het verder zaterdagavond gemoedelijk. Neeflief vertrok aan het einde van de avond met zijn lief naar huis. Allebei richting een warm nest, en mijn zoontje voelt zich zowel bij mij als bij zijn vader, met wie ik zeer regelmatig contact heb over hem, thuis. Ik telde mijn zegeningen toen ik hem een nachtzoen gaf en opnieuw toen hij de volgende ochtend gezond weer op stond.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen