maandag 29 februari 2016

"Whatever"

“Je moet je afvragen of je tot het bittere eind wilt doorgaan”… Daar stond ik dan, afgelopen donderdagochtend. De dierenarts zette me voor de keuze van leven of dood. In mijn armen lag Ronald, onze bijna 16-jarige rode je weet wel-kater. Zijn broer Frank had ik 5 jaar geleden al in laten slapen. Allebei de allergrootste levende knuffelbeesten die ik ooit heb gekend.

Toen ik woensdagavond naar bed ging was er niets aan de hand. “Roon” had nog heerlijk tegen me aan gelegen op de bank en om dikke knuffels gebedeld. Donderdagochtend was de woonkamer een slagveld met overal diarree, braaksel en plas. En die grote loebas lag stilletjes weggekropen achter de bank zich diep ellendig te voelen. Ik wist meteen dat het mis was. Hij was de laatste weken al vaker niet echt lekker geweest.  Ik belde zoonlief en die sprong met zijn vader meteen in de auto om zijn grote vriend te zien. Hartverscheurend verdriet bij een elfjarige…we hadden allemaal door dat het wel eens echt mis kon zijn.

Een kleine 1,5 uur later stond ik dus voor de keuze, in laten slapen of niet? Intussen was ik al ruim €100 armer door de onderzoeken die inmiddels gedaan waren.  Bizar dat je staat te bedenken waar de grens ligt qua geld in zo’n situatie. Maar enige relativering hoort er wel bij vind ik, het gaat tenslotte om een beest en niet een mens… Maar wel een beest dat al zo lang mijn trouwe vriendje was…

Euthanasie. Als officier van justitie krijg ik met enige regelmaat schouwartsen aan de telefoon die melding maken van euthanasie. Uiteraard gaat het dan om mensen. Mensen die in een wilsverklaring hebben vastgelegd wanneer ze willen dat er euthanasie op hen wordt toegepast. Het moet gaan om ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Als dat aan de orde is dient een arts dodelijke medicijnen toe waardoor de patiënt komt te overlijden. Het gaat hier, net als bij hulp bij zelfdoding, om een niet-natuurlijk overlijden. Dat betekent dat na het intreden van de dood de arts die euthanasie heeft uitgevoerd de gemeentelijk lijkschouwer, ook wel schouwarts, moet bellen. Deze komt dan kijken of alles goed is gegaan. Zijn de juiste middelen gebruikt, zijn de juiste documenten aanwezig, is er bijvoorbeeld wel een wilsbeschikking van de overledene?

En dan komt de officier van justitie in beeld. De schouwarts moet namelijk vervolgens contact met hem of haar opnemen omdat de ovj de persoon is die het verlof tot begraven of cremeren afgeeft. We geven dan het lichaam vrij zodat de familie alles kan gaan regelen voor de uitvaart. De schouwarts zorgt er ook nog voor dat er een rapport bij de regionale toetsingscommissie terecht komt.

In de meeste gevallen gaat het goed, maar er zijn af en toe situaties waarin we het lichaam niet meteen kunnen vrijgeven omdat er dingen niet in orde zijn en het maar de vraag is of de overledene echt dood wilde. Ik heb wel eens een situatie meegemaakt waarbij de schouwarts ter plaatse kwam zonder dat er een huisarts aanwezig was geweest en de familieleden zelf aan de slag waren gegaan met een dodelijk brouwsel. In dat geval moesten we nader onderzoek laten doen of er sprake was van euthanasie, hulp bij zelfdoding of mogelijk moord. Verdrietige situaties als mensen echt oprecht hun geliefde willen helpen en uit het lijden willen verlossen.

Donderdagochtend stond ik bij mijn grote lieve rode kater voor de keuze. Uiteraard geen wilsbeschikking; over leven en dood van beesten moet je als baasje beslissen. De tranen stroomden over mijn wangen, de dierenarts kwam een doos tissues brengen. Ik wist dat er maar één beslissing de juiste was. Het zou uitstel van executie zijn om hem nog mee naar huis te nemen met medicijnen. Hij was op… en in de kattenhemel zou hij beter af zijn. Hij is vredig ingeslapen terwijl ik zijn zachte pak aaide. Binnen een kleine twee uur was het huis plotseling zo akelig leeg.

We hebben hem de volgende dag begraven naast zijn broer Frank. Het was een waardig moment waarbij mijn zoontje twee rode rozen in de aarde heeft gestoken. Eén bij Frank en één bij Ronald. Er tussen in een oranje, “omdat ze allebei oranje waren mam”. Erbij kleine rode steentjes die zoonlief had uitgezocht. Tijdens het kleine ritueel keken vanuit omliggende huizen drie grote rode katers toe vanachter de ramen. Dat had iets bijzonders, alsof ze een laatste groet brachten en beloofden over hem te waken. Zoonlief vertelde dat hij bij het liedje “whatever” van Alain Clarke nu aan “Roon” moest denken. Mij schoot een gedichtje te binnen van Paul Biegel dat ik van kinds af aan kende:


“Ach ja, het was wel droef
toen ik mijn dode poes begroef
Zijn graf lag naast een rode roos
Zijn kistje was een schoenendoos
En ’t opschrift luidde plechtig:
Lichtbruin, maat achtendertig.”

1 opmerking:

  1. Ik heb de mijne van 16 jaar en volledig blind en doof een tijd geleden ook naar de dierenarts aan de overkant van de straat moeten brengen.
    Ik kreeg dagen later keurig netjes een condoleance-kaartje.
    -.-
    Je moet zo snel mogelijk een nieuwe, kleine, nemen. Uit het asiel.
    -.-
    Meestal zit hij statig naast mij, precies aan de rand van het toetsenbord.
    Eens in de tien minuten draait hij zijn kop, en kijkt hooghartig, nuffig en overheersend: "waar maak JIJ je nou in GODSNAAM druk om. Dat doen wij katten niet. Ik zie daarin dat jij toch maar 'n heel laagstaand mens bent."
    Dan draait hij zijn kop weer verwaand terug. Om naar de vogeltjes buiten te kunnen smekkeren. "Die krijg je toch niet," zeg ik.
    -.-

    .
    Het is zo dat je een huisdier, een kat, die je hebt, met de ogen kunt manen tot kalmte. Tevredenheid. Rust. geborgenheid. Je maakt van je ogen langzaam kleine spleetjes. De kat kijkt altijd daarnaar. Weet, dat zijn of haar moeder dat ook zo deed. En komt tot rust. Doet hetzelfde gehoorzaam terug. Ten teken: ik voel me ook zo. Niets aan de hand. Dat is de communicatie tussen mens en dier, waarvan slechts weinigen, heel veel afweten.
    Probeer het maar eens uit.
    Zo zijn er nog wel meer typische mens-dier communicatie-frasen.

    '\°_°/'

    "Het is nu tijd voor gekte", sein ik hem met m'n ogen.
    Onmiddellijk rent hij als een razende, de trap op en af.
    Boven gooit hij bloempotten van de vensterbanken.
    Ze vallen met een harde slag.
    Er klinkt een vreselijk lawaai.
    Van roffelende kattenpootjes.
    Dan komt hij naar beneden.
    Ik sein weer, en daar gaat hij weer.

    '\°_°/'

    Een kat, mijn meerdere, is uit het leven niet meer weg te denken.
    Succes.

    BeantwoordenVerwijderen