dinsdag 17 mei 2016

"Mooi boos"

Koppigheid, niet de makkelijkste eigenschap maar ik beken dat ik er last van kan hebben. En dat ik ook mensen in mijn directe omgeving heb die er een handje van hebben. In combinatie met ongeduld geeft het helemaal een fraai effect…NOT! En als beiden koppig zijn tegen elkaar kan het soms een ingewikkelde toestand opleveren.

Kort geleden verzocht ik als OvJ een kinderrechter om de schorsing van een voorlopige hechtenis (vh) op te heffen. Het ging om Stanley, een 17-jarige jongen die eerder was voorgeleid bij de rechter-commissaris (RC). Op het moment dat iemand verdacht wordt van een ernstig strafbaar feit kunnen we als OM besluiten de RC te vragen om iemand langer in vh te houden in afwachting van de zitting en/of omdat we nog verder onderzoek moeten doen naar de zaak. De RC kan zo’n verzoek toewijzen, afwijzen maar ook besluiten de vh te schorsen. Dat betekent dat iemand naar huis mag maar zich wel aan bepaalde voorwaarden moet houden. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan naar school gaan, een avondklok, en/of afspraken nakomen met de begeleiders van een hulpverlenende instantie. Stanley kwam zijn afspraken totaal niet na. Al eerder was daar melding van gemaakt, maar nu had de gezinsmanager weer aan de bel getrokken en duidelijk gemaakt dat het zo niet langer kon. En dus het verzoek om hem toch maar weer in vh te nemen en te plaatsen in een jeugdinrichting.

Op papier leek het een ronde zaak. Stanley had zich aan 3 voorwaarden niet gehouden en de opheffing van de schorsing leek me meer dan logisch. Maar op zitting werd het een ander verhaal. Ik trof een jongen met een redelijk laag IQ en flinke ADHD-problematiek. En een betrokken moeder die zelf in de hulpverlening werkte. Misschien was dat wat veroorzaakte dat het contact met de gezinsmanager niet helemaal makkelijk liep. Ik kan me er namelijk een heleboel bij voorstellen dat je als hulpverlener zelf het heel lastig vindt om te moeten accepteren dat de hulpverlening bij jou thuis over de vloer komt. Maar deze vrouw moest heel veel bordjes in de lucht houden met meerdere kinderen, kleinkinderen die vaak in huis waren, een fulltime baan en dan daarnaast Stanley die eigenlijk nog helemaal niet echt de verantwoordelijkheden aankon die je van een jongen van zijn leeftijd mag verwachten. Hij kwam vaak te laat op afspraken en op school. En moeder deed wat ze kon, haalde hem uit bed, zorgde dat hij onder de douche terecht kwam. Maar dan was er ook het moment dat ze zelf naar haar werk moest en ervan uit ging dat haar zoon het vanaf daar zelf wel kon regelen. Zoals haar advocate het ook mooi verwoordde: de strijd tussen  loslaten, weerbaar maken en zelfstandiger laten worden versus beschermen en zorgen.

De gezinsmanager die de jongen moest begeleiden had alleen dus wel te stellen met een moeder die nogal in de weerstand schoot, wantrouwig was richting jeugdzorg, hier en daar de neiging had vooral anderen de schuld te geven en misschien ook wel een beetje koppig dacht dat ze het allemaal zelf wel kon regelen. En ik kreeg de indruk dat  de gezinsmanager niet helemaal meer wist hoe ze hiermee om moest gaan. Op zitting was ze duidelijk geïrriteerd door moeder. En dat liet ze merken ook. Ze zat te zuchten en haar mimiek sprak boekdelen. Oftewel in de zaal zaten twee redelijk koppige boze vrouwen.

Maar het ging in het hele verhaal natuurlijk om Stanley. De vrouwen hadden gemeen dat ze het beste met hem voor hadden maar konden elkaar door hun irritatie, wantrouwen en koppigheid niet goed vinden. En de rechter stelde zichzelf de vraag of het deze jongen, met zijn “beperkingen” nou eigenlijk aan te rekenen was dat hij afspraken niet nakwam. Een andere instantie die Stanley begeleidde omdat hij in een eerdere strafzaak een gedragsbeïnvloedende maatregel opgelegd had gekregen, gaf aan wel degelijk verbetering te zien in zijn gedrag.

De rechter wees mijn verzoek tot opheffing van de schorsing af. De jongen mocht met zijn moeder naar huis en het was zaak dat de gezinsmanager en moeder zich meer open gingen stellen voor elkaar.

Ik vond het geen rare beslissing. Toen ik de zaal uitliep sprak ik met de dame van de Raad voor de Kinderbescherming. Ook zij snapte mijn gevoel. Ik sprak ook de gezinsmanager, wees haar op de frustratie die intussen tussen de twee vrouwen in was komen te staan en dat daar iets aan moest veranderen. Vervolgens twijfelde ik even of ik het moest doen maar ben ik ook op moeder (en haar advocate) afgelopen. Omdat ik hoopte moeder ook te doen inzien dat ik alle begrip had voor haar situatie maar haar boosheid en koppigheid de situatie voor haar kind niet beter ging maken. En moeder stond gelukkig open voor mijn persoonlijke benadering van haar.

De vraag is misschien wel of je als OvJ zover moet gaan, moet je dit persoonlijke contact aangaan na een zitting? Of moet je dat overlaten aan de hulpverleners en je beperken tot de dingen die op zitting gebeuren? De meningen zullen erover verdeeld zijn. Maar ik merk dat ik door deze persoonlijke benadering misschien heel soms net even dat extra zetje kan geven om een situatie te doorbreken. Vind niet ieder mens het prettig om te merken dat er aandacht is voor je problemen? Dat je koppigheid gezien en begrepen wordt maar ook het signaal in zich heeft dat je stiekem van binnen toenadering wilt? 

Ik moest denken aan een foto die ik recent kreeg toegestuurd van iemand. Een sculptuur dat gestaan had op Burning man, een jaarlijks festival in de Black Rock Desert van Nevada, Amerika. Over de koppigheid van twee volwassenen en het kind in ons dat eigenlijk alleen maar wil dat het goed komt en het liefst contact wil…

Ik hoop voor Stanley dat deze beide vrouwen hun koppigheid opzij gaan zetten.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen