dinsdag 28 maart 2017

"Rock Bottom"

Ken je de uitdrukking “hit rock bottom”? “Nee”… “en de uitdrukking dat de gifbeker blijkbaar helemaal leeg moet?” “Ehm, nee…ook niet…” Voor me zat Jonathan*, intussen 19 jaar en zojuist al flink bevraagd door de drie rechters van de meervoudige kamer. Hij moest voorkomen omdat hij zich niet had gehouden aan één van de bijzondere voorwaarden die hem bij een voorwaardelijke straf was opgelegd. Hij was namelijk meerdere keren niet op komen dagen bij de reclassering die toezicht op hem moesten houden en waar hij zich geregeld moest melden gedurende zijn proeftijd van 2 jaar.

Op het moment dat iemand zich niet houdt aan die voorwaarde krijgt het OM een zogeheten terugmelding. De toezichthoudende instantie  (dat kan de Reclassering zijn, maar ook bijvoorbeeld de Raad voor de Kinderbescherming) stuurt ons dan een overzicht van alle afspraken die ze hebben proberen te maken of die zijn gemaakt en niet zijn nagekomen. Ze adviseren dan aan ons om over te gaan tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel. Wij leggen vervolgens op onze beurt dan alle stukken voor aan de rechtbank en die beslist dan uiteindelijk of de voorwaardelijke straf wordt omgezet in een onvoorwaardelijke straf waardoor iemand dus alsnog een straf moet uitzitten of bijvoorbeeld een taakstraf moet uitvoeren.

Voordat ze dit beslissen moet de veroordeelde op zitting komen uitleggen waarom alles zo gelopen is. Ook wordt dan de toezichthouder van de bijzondere voorwaarden opgeroepen om de terugmelding mondeling toe te lichten. En in dit geval was er ook de advocate van Jonathan en een mevrouw van de Raad voor de Kinderbescherming. Jonathan was minderjarig geweest toen hij de straf opgelegd had gekregen. In de zaal zat ook zijn regisseur van de Top400, maar daarover zo meer.

Jonathan kwam de zaal in met een gebreid mutsje op zijn hoofd en een dikke jas aan. Een hippe mooie jongen met grote ogen. Hij deed zijn jas uit en muts af op verzoek van de voorzitter van de rechtbank en zat daarna een tijd ongemakkelijk te draaien op zijn stoel. Ja, het klopte dat hij de afspraken niet was nagekomen, ook op school ging het eigenlijk niet zo goed. Hij liep wel stage, hij gaf gymles aan kinderen op een basisschool. Deze jongen was beslist niet dom, het feit dat hij in het verleden een certificaat had gehaald om deze les te mogen geven was daar al wel een teken van. Maar hij kwam eigenlijk totaal niet uit zijn woorden en ik zat te popelen om hem te mogen vragen wat er nou toch allemaal precies aan de hand was. Want zijn verhaal was onsamenhangend en wat vaag.

Zijn advocate was me voor. Ze nam het woord en vertelde dat haar cliënt eigenlijk op de rand van een zware depressie zat. Zijn moeder was depressief geweest en had zelfmoord gepleegd, zijn broer was psychotisch. Hij groeide op bij zijn oma (die op haar beurt het verlies van haar dochter moest verwerken) en Jonathan was bang, doodsbang! Jonathan was bang dat ook hij zwaar depressief zou worden. Vooral ’s nachts doemden de nachtmonsters daarover op en hij sliep slecht. Hij kwam nergens meer toe. En dat terwijl hij enorm getalenteerd was. Er was een sportclub die hem gescout had en al meerdere keren bij oma aan de deur was geweest in de hoop dat Jonathan bij hen wilde komen spelen. Maar Jonathan kon het simpelweg allemaal niet bolwerken.

Jonathan was in het verleden iemand geweest die nooit hulp wilde, zich niet open stelde voor gesprekken met hulpverleners en dacht alles zelf wel te kunnen oplossen. Een echte zorgmijder. Het kantelpunt was gekomen toen hij de confrontatie was aangegaan met het slachtoffer van de diefstal met geweld die hij gepleegd had. Hij had vermoedelijk gehoopt dat dat voor beide partijen de lucht wat had geklaard. Maar Jonathan was vanaf dat moment zelf alleen maar verder in de put geraakt. En nu zat hij zo diep dat hij op een zeker moment tijdens de zitting zich heel zachtjes en schoorvoetend liet ontvallen “ik heb denk ik wel hulp nodig”…

Achter in de zaal zat dus ook zijn Top400-regisseur. Die kende hij nog niet zo lang maar hij gaf al wel aan dat hij het gevoel had dat het wel klikte met hem. En ik kende de regisseur al uit andere zaken en wist dat hij een hele goede aan hem had. En dat bleek ook meteen want de regisseur wilde snel in actie komen en hulp op poten gaan zetten voor Jonathan.

Die Top400… dat is een geselecteerde groep van 400 personen in Amsterdam waarvan het duidelijk is dat ze hulp nodig hebben. En dat als ze die hulp niet krijgen ze een zeer groot risico lopen om af te glijden richting de criminaliteit. Door het inzetten van zorg en hulp is deze groep nog goed op het rechte pad te houden of terug te krijgen. Gemeente, politie, GGD en jeugdbescherming werken samen om te voorkomen dat de jongeren en jongvolwassenen nog een keer met de politie in aanraking komen. En Jonathan zat dus in die groep en had iemand die hem begeleidde.

Ik had te doen met Jonathan. Hij had in zijn jonge leven al veel te verwerken gehad en leek op het dieptepunt te raken. Toen ik de beurt kreeg om met hem te praten vroeg ik dus of hij de uitdrukkingen “Hit rock bottem”  en “de gifbeker moet blijkbaar leeg” kende. Ik legde hem uit dat om uiteindelijk echt uit de put te komen je vaak eerst op het allerdiepste punt van die put moet komen. Daarnaast vond ik het van belang om hem te vertellen dat hij getalenteerd was op meerdere vlakken en dat hij daar gebruik van moest maken. Het werd stil toen ik vroeg of er wel eens iemand tegen hem zei trots op hem te zijn. Het leek of iedereen in de zaal ineens zijn adem inhield. Links naast me hoorde ik dat bij een van de rechters een schrikgeluid uit zijn mond ontsnapte… mogelijk omdat de vraag te confronterend was? Maar ik deed het bewust en zeker niet om Jonathan te kwetsen. Ik deed het omdat ik hem wilde vertellen dat ik in ieder geval heel heel trots op hem was. Inzien dat je hulp nodig hebt, daaraan toegeven terwijl je altijd hulp hebt geweigerd, en dat dan vervolgens tegenover wildvreemden ook nog uit durven te spreken… petje af (of mutsje in dit geval)… dan heb je namelijk de grootste stap om die put uit te klimmen volgens mij genomen.

De rechters deden meteen uitspraak. Ze volgden me in mijn voorstel om de voorwaardelijke straf NIET om te zetten in een onvoorwaardelijke straf maar wel als extra voorwaarden op te nemen dat Jonathan gesprekken zou gaan voeren met een psycholoog en een psychiater.

Van zijn Top400-regisseur kreeg ik na afloop een berichtje: “Wat een ontzettend mooie en bijzondere zitting net! Mijn complimenten aan jou en de rechtbank. Dit is precies wat hij nodig had en waarom ik zo trots ben op onze aanpak! Zo mooi om te zien hoe opgelucht hij was na de zitting. We hebben eea al in gang gezet voor de behandeling!” In de auto terug naar huis had ik een grote glimlach op mijn gezicht. Het was zo’n zitting waarbij ik wederom zo trots ben op het vak dat ik mag uitoefenen!!

Kijk en luister Eminem - Rock Bottom

* Jonathan is een gefingeerde naam

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen