dinsdag 8 augustus 2017

"De Wind"

Op maandag 7 augustus 1995 reed ik in de vroege ochtend in de auto naar het ziekenhuis waar mijn vader lag. Het cassettebandje in de auto speelde "De Wind" van Kadanz. Samen met mijn moeder zou ik een gesprek hebben met de arts die mijn vader met spoed had geopereerd en om te horen hoe het er nu voor stond. In mijn herinnering was het geen lang gesprek, ik weet niet eens meer of de arts een man of een vrouw was. Ik weet alleen dat er werd gezegd dat ze hem open en meteen weer dicht hadden gemaakt omdat er geen redden meer aan was. Ik vroeg in een vlaag van vreemde interesse hoe dat er dan uitzag, kanker. Waren het allemaal spaghettidraden zoals ik wel eens had gelezen? Nee, dit moest je vergelijken met een plak kaas die de darmen afknelden daar waar ze de bocht om gingen. En de plak was zo dun dat je die op een foto niet had kunnen zien. De prognose was dat hij nog enkele weken, hooguit twee of drie maanden te leven zou hebben. Er werd besloten om de woonkamer in het huis van mijn ouders zo in te gaan richten dat hij daar de volgende dag heen zou kunnen voor de laatste periode van zijn leven.

Op maandag 7 augustus 2017, precies 22 jaar later, rij ik in alle vroegte naar mijn werk. Ik heb net twee weken vakantie gehad en moet weer beginnen. Ik ben er rond acht uur en open mijn computer. Meer dan 200 mails in mijn inbox... waar te beginnen? Ik zie wat er is gebeurd in mijn afwezigheid. Eén van de verdachten in één van mijn onderzoeken is tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis verdwenen. In een ander onderzoek naar handel in verdovende middelen (verdomi zoals dat bij de politie en ons wordt afgekort) zijn aanhoudingen verricht en is er een huiszoeking geweest. Er zijn mails over de inzet van bijzondere opsporingsmiddelen in mijn lopende onderzoeken, mails met mijn zittingsrooster tot het einde van het jaar, vergaderverzoeken en persberichten. Ik lees over tips bij in beslag genomen geld en goederen van mijn collega-ovj die binnen het team waar ik in zit de beslagportefeuille op zich heeft genomen. Ik lees mails waarin verdachten vragen om verlof van hun voorlopige hechtenis, advocaten die dingen verzoeken en lees processen verbaal van verhoren van verdachten.

De meeste dingen zijn door collega's afgehandeld. Maar er blijft veel leeswerk over om echt weer op de hoogte te zijn van alles wat er is gebeurd en de laatste stand van zaken. Ik vind het altijd heel prettig om te merken dat dingen gewoon doorgaan als je er niet bent. Al is het ook vervelend dat collega's er extra werk bij krijgen als ze de dingen voor me moeten waarnemen als ik met vakantie ben. Aan het einde van de middag ga ik naar huis... enigszins bij, maar nog steeds niet helemaal.

Weer gaan mijn gedachten naar 1995, 7 augustus. In de middag stond ik aan het bed van mijn vader. Hij was mager, zag geel, kon niets meer eten. Naast hem stond een glas water met citroen. Er hing een wattenstaafje in waarmee hij zijn droge mond kon nat maken. Het was niet echt smaakvol meer. Ik had in de auto Chubba Chuplollies liggen en bracht hem er een, wellicht dat hij daar nog iets van kon proeven en het lekkerder smaakte. Rond half drie ging ik weg, samen met mijn jongste broer. "Dag pap, ga maar lekker slapen... morgen mag je naar huis!"

In de auto terug speelde het cassettebandje verder "Maar steeds hoor je de wind" zong Kadanz... Eenmaal thuis stortte ik me op mijn studentenbaantje in de keuken van een studentencafé. Mijn collega achter de bar vertelde ik wat er zich die dag had afgespeeld. Hij vroeg zich af of ik wel aan het werk moest gaan. Voor mij was het een goede manier om mijn zinnen te verzetten.

Op dinsdag 8 augustus 1995 ging om kwart voor zeven in het studentenhuis de telefoon...Ik werd er wakker door en ik hoorde dat op zolder iemand de telefoon opnam. Vervolgens hoorde ik dat diegene de trap af kwam en op de deur klopte... Mijn moeder aan de telefoon. Het ziekenhuis had gebeld. Papa was dood. Een paar weken, hooguit twee of drie maanden was nog geen eens 24 uur geworden. "Dag pap, ga maar lekker slapen...morgen mag je naar huis!" was het laatste wat ik tegen hem had gezegd en bij dat afscheid had ik hem voor het laatst een kus gegeven en zijn handen gevoeld. Thuis sterven had hij niet meer gered... hij was helemaal alleen begonnen aan zijn diepste slaap. En heel eerlijk, het was een eigenwijze man, ik vermoed dat hij hier zelf de regie had gepakt en mijn moeder de zorg aan huis had willen besparen.

Vandaag, dinsdag 8 augustus 2017, precies 22 jaar later, stond de wekker gepland om 7u. Maar ik was al eerder wakker. Ik heb besloten vandaag thuis te werken. Ik heb een heleboel te lezen en heb donderdag een zitting waar ik nog stukken voor moet lezen. Ik stort me op mijn werk, een goede manier om mijn zinnen te verzetten. Maar nu wel thuis, zodat ik, als ik het te kwaad krijg en word overmand door het nog altijd aanwezige verdriet en gemis, even mijn tranen kan laten lopen. Laat ik daar mijn collega's vandaag maar niet mee opzadelen. En misschien stap ik nog wel even ergens op de dag in de auto... en ga ik luisteren naar "de Wind"...

Kijk en luister Kadanz - De Wind

1 opmerking:

  1. Wat mooi, ondanks de verdrietige aanleiding. En er elk jaar even bij stilstaan geeft natuurlijk verdriet, maar ook dankbaarheid voor de tijd die je hebt gehad met in dit geval één van je ouders.

    BeantwoordenVerwijderen